Verzetsgroep Old Putten - Deel 2


Het onderstaande schrijven is rechtstreeks overgenomen van een krantenknipsel daterend uit 1991. Het is een interview met de Elburgse verzetsman Henny van Leeuwen die als zoon van de Elburgse wasserette-eigenaar die deel uit maakte van de verzetsgroep Old Putten. Met recht een goed mens wiens verhaal niet vergeten mag worden. Het originele krantenartikel behoord tot de collectie van het Streekarchivariaat Noordwest Veluwe. Een link naar hun website en een download link naar het artikel vind u onder aan deze pagina. De bijgevoegde foto's behoren niet tot het originele artikel en zijn gemaakt door Bunkerinfo.nl

Door Frans van Ginkel - Elburger Courant vrijdag 3 mei 1991
Nu al vele jaren, Herdenken wij hier weer. Zij die hun leven gaven. Nu nog doet dat zeer. Zij vreesden de bezetter niet. Die ons volk zo heeft geknecht. Maar hun strijd tegen de vijand kwam van binnenuit... was zo oprecht. Mede door hun moed en inzet kwamen wij hier vrij. Konden wij gaan bouwen. Aan een nieuwe maatschappij. Nooit mogen wij vergeten. Wat zij hebben
doorstaan. Lieten daarbij hun leven. Opdat we verder konden gaan. Dank‚ veel dank voor 't offer. Dat door jullie is gebracht, Het gaf een nieuw weer vrij zijn. Voor ons en 't nageslacht. H. van Leeuwen. Toen de oorlog uitbrak was hij zeventien jaar. Dat kan hij trouwens niet zo direct uit het hoofd zeggen. Hij gaat rekenen vanaf z’n geboortejaar. ‘Ik ben van ...‚’ mompelt Henny
van Leeuwen (68), ‘dus in 1940 was ik..' Dan spreekt hij weer luider. ‘Ja, dat moet kloppen Een jaar of zeventien! Poolshoogte over de oorlog. .

Het verzet
Belangrijk om naar de toekomst te kijken.
De wasserette is anno 2017 nog steeds in gebruik 
Het geheugen van Van Leeuwen laat hem soms een beetje in de steek, af en toe noemt hij feiten, waar hij zelf even later weer aan twijfelt. Hij pakt er boek bij. Een boek over het geheime dorp in Nunspeet. Daar staat kennelijk alles in. Hij leest dan even en zegt "Oh ja" en vertelt dan wel weer zo uit zijn geheugen, hij heeft even een aanloopje nodig. Ook met namen googelt hij een beetje. "Was dat nou met Henk Docter of met Bertus Hup" Plotseling weet hij het dan zeker. Maar toch niet helemaal. Want midden in het gesprek komt hij er weer op terug. Acht zegt van Leeuwen "Het is ook allemaal zo lang geleden" Vijftig jaar dat is niet niks. De van Leeuwen's zijn geen Elburgers. De kleine Henny was een jaar of drie toen zijn ouders naar de Veluwe kwamen om daar een wasserij te beginnen. Dat moet ongeveer in 1925 geweest zijn. Ze bleven tot 1954. In dat jaar werd er weer verhuisd. Dit keer naar Nunspeet en daar woont van Leeuwen nu nog. De wasserij van Van Leeuwen's vader staat nog altijd aan de Oude Bleeksweg in Elburg: Het Vertrouwen. Henny werkt er meer dan veertig jaar. "Altijd hard gewerkt en daardoor een behoorlijke boterham verdiend" Het was een gerenommeerd bedrijf. "We hadden bijvoorbeeld het genoegen voor Hare Majesteit te mogen wassen" Uit z'n formulering blijkt het ontzag voor het Koninklijk Huis. "Trouwens, we waste voor alle paleizen in Nederland. De burgemeester van Apeldoorn was ook een klant van ons. Dat was extra leuk, omdat er in die stad meer dan veertig wasserijen waren"
Toen de oorlog uitbrak, deed me dat weinig. Eigenlijk vond ik het wel interessant. Je voelde je een beetje bedrogen, dat wel. Maar verder... ach dat viel wel mee. Je wist ook helemaal niet wat er ging gebeuren. Vlak voor de oorlog kwamen hier nog Nederlandse vliegtuigen over. Dat waren G1's met zo'n dubbele staart. Toen dacht ik nog dat ze helemaal niet zouden komen. Want wij hadden immers die vliegtuigen. En die waren zeker voor die tijd verschrikkelijk snel. Maar ze kwamen toch. De moffen waren ongelooflijk sterk.

In zijn stem klinkt een soort berusting. Machteloosheid. "De eerste Duitsers zag ik in de buurt van Apeldoorn. Ik kwam van Arnhem met de wagen van de wasserij. Dat ik ze daar zag lopen, deed me ook niet veel. Ik was zeventien jaar. Net van school. Wat wil je. Je accepteerde het gewoon. Totdat je met andere dingen geconfronteerd werd. Maar dat groeide. Het eerste jaar deden ze nog "lief" Hij vraagt met nadruk om dat "lief" heel duidelijk tussen aanhalingstekens te zetten.

Oorlogsdagen
Oude Gemeentehuis Elburg / Oostendorp
"Ik heb nog geprobeerd om in de eerste oorlogsdagen in Amsterdam te komen. Achter de waterlinie. Met de EB50 van Aart van Triest. Waarom? Dat weet ik niet meer. Ik denk dat het gewoon de zucht naar avontuur was. Het is bij plannen gebleven... Van Leeuwen raakte betrokken bij het ontluiken van het verzet toen de Duitsers zich wat minder "lief" gingen opstellen.

"Ze gingen mensen oppakken en die werden afgevoerd om te gaan werken. En daardoor begon er bij mij wat te broeien. Hoe ik nou eigenlijk bij het verzet kwam... Daar vraag je me wat. Hij pijnigt z'n geheugen. Hij geeuwt eens diep. "Ik weet het verdraaid niet meer. Echt niet. Ik weet nog wel met wie  het is begonnen. Met Piet Vercouteren, Jacob Deetman, Bertus Hup en Jaap Schreurs. Ik ben zelf begonnen in Oosterwolde. Henk Boeve uit Oldebroek zocht daar adressen voor onderduikers en die ben ik een beetje gaan helpen.

"Je kan niet alles zeggen" Laat hij een beetje raadselachtig weten. "Ik moet een beetje voorzichtig formuleren... Laat ik het zo zeggen, bij de kleine boeren kon je makkelijker terecht. Die stonden altijd voor je klaar. Dat was bij de grote boeren weleens anders" Hij trekt er een veel betekenend gezicht bij. "Schrijf het een beetje voorzichtig op. Ik wil er geen gedonder mee hebben.

Risico 
"Hadden we de mensen onderdak, dan moesten we zorgen dat ze bonkaarten kregen. Die ging ik halen bij Jaap Deetman. En die ging ik dan rondbrengen, gewoon op de fiets. Dat was eigenlijk zonder risico" In 1943 probeerde Henny van Leeuwen via Scheveningen naar Engeland te komen. "Ik had contact met een meneer De Vries. Uit Rotterdam, of kwam hij nou uit Schiedam, dat weet ik niet meer. Doet er ook eigenlijk niet zo veel toe. Ik zou samen met Bertus Hup van de slager of was het met Henk Docter? Weet ik ook niet meer.

Het 19e landhuis "Old Putten"
Hij blijft twijfelen over z'n mede-Engeland-vaarder. Tijdens het gesprek wisselt hij nog een paar keer. Uiteindelijk blijkt het om een bakkerszoon te gaan. Het moet dus Henk Docter geweest zijn, want dat is een bakkerszoon "Wij - met die De Vries - naar Scheveningen. Een beetje kijken naar de kade. We zouden met een Haringvisser mee. Het was nog aan het begin van de oorlog. Toen mocht er nog gevist worden. We zouden verstopt worden in haringtonnen en dan drie mijl uit de kust overstappen op een duikboot die daar dan klaar zou liggen. Dat is helemaal niet doorgegaan. Dat zaakje is verraden. Die De Vries was helemaal niet safe.

Van Leeuwen werd nog wel geconfronteerd met de gevolgen van z'n Engeland-plannen. "Ik moest naar Arnhem. Naar de Gestapo aan de Utrechtseweg. Maar ik ging niet. M'n vader ging poolshoogte nemen. Ze zeiden: "Wat moet je hier, we moeten je zoon hebben. Ik er heen. Met Gerrit Bosman. Ook een bakkerszoon. Maar de verkeerde. Die wist echt van niks. Ik kon dus vertellen, zeg maar aan elkaar liegen wat ik wilde. Dat is m'n geluk geweest.

"Ik ben lang verhoord en op een gegeven moment moesten we mee naar beneden. Toen kwamen we voor een deur - de eerste elektrische deur die ik ooit heb gezien - te staan. Toen dacht ik "Jongens, dit gaat mis" De officier, die ons verhoorde, drukte op een knop, de deur schoof open en we stonden buiten. Ze hadden de klok horen luiden, maar wisten niks van de klepel.

Ik denk dat daarna het verzetswerk pas echt is gaan groeien. Toen werd er op het landgoed Old Putten een knokploeg gevormd. Nic Rambonnet was de grote man en z'n broer Han, die kende ik nog van school. Het klikte goed tussen ons. Wat we deden. Van alles, zeg maar gewoon "De moffen zo veel mogelijk dwars zitten" Hij noemt nog wat namen: Bert Top, Henk Docter, Edje van Dishoek, Eric Ras, Henk Baut, Henk Hulst en Eibert Scholten.

"We kregen eerst les. Van een meneer Van Putten uit Oldebroek. Die had in het leger gezeten. Die leerde ons schieten. Maar ook dingen over tactiek. We gingen naar Zwolle voor boksles en andere vechtsporten. Dat schieten deden we op Old Putten. Onder de grond. Daar hebben we zelf een schietkelder gegraven van vijf en tachtig meter lengte. Zestig centimeter hoog. Met een lange draad en een fietswiel konden we de schietschijf naar ons toe halen. Die schijf werd verlicht door een lampje dat "hing" aan een twaalfvolts accu. Zo ging dat.

Joden-vervoer
Het Geheime Dorp in de bossen bij Nunspeet / Vierhouten
"Mijn eerste echte actie? Dat was het Joden-vervoer. Ik moest mensen wegbrengen naar het Geheime Dorp in Nunspeet. Er was iets aan de hand geweest in Oosterwolde, Daar hielden de Duitsers een razzia. De Joden waren de korenvelden in gevlucht. En trouwens ook nog anderen. En die moesten opgehaald worden. Dat deed ik samen met Bertus Hup en Jacob Deetman.

"Wij vanaf Kamperveen naar Oosterwolde en verder naar Oosterdorp, Met de waswagen. In aan het stuur en de jongens achterop. Ik weet niet eens hoeveel we er opgepikt hebben. Ze werden zo naar binnen getrokken. Zonder te stoppen. D'r zat ook nog iemand bij dokter de Bruin in Doornspijk. Die moest ook opgehaald worden. Laten we daar nou een lekke band krijgen, En we hadden al gehoord dat de Duitsers achter ons aan zaten. En geen reservewiel. Maar ik het achter "dubbel-lucht" Daar d'r één vanaf en die naar voren. Dat leek te lukken. Maar de wagen stond te laag. Vijf centimeter. Ik zeg tegen Bertus en Jacob "Optillen die handel" Lukte niet. Toen heb ik het zelf geprobeerd. En toen ging het wel. Niet dat ik zo sterk was, het was gewoon angst, ik was doodsbang en daar word je sterk van. Verder ging het. In de bossen bij Nunspeet kreeg ik weer een lekke band. Daar hebben we de mensen de bossen ingestuurd. Ze zijn toen opgevangen door de groep Nunspeet en die hebben ze naar het Geheime Dorp gebracht.

Overvallen
Twee weken later werd de wasserij door de Duitsers overvallen. En ook het woonhuis van de Van Leeuwen's. Alle mannen werden bij elkaar gedreven. M'n broer en ik moesten mee. De rest kon blijven. Han Rambonnet was net bij m'n vader op bezoek. Toevallig. Moesten ook mee. Bewijzen konden ze niet veel. Ze hebben in ons huis nog wel een radio gevonden. En daarom zijn we eigenlijk gearresteerd. Mee naar het gemeentehuis in Oostendorp. Achteraf denk je dan: "Daar hadden we kunnen ontsnappen" met de nadruk op achteraf. De Duitsers beweerde dat de waswagen op een bepaalde avond gezien was. Van Leeuwen kon bewijzen dat op die avond de wagen bij Garage Zoet had gestaan. Eigenlijk hadden ze dus niets. Ja, die radio. En om die reden gingen we eerst naar de gevangenis in Zwolle. En de volgende dag naar een kamp in Ommen. De schijthuizen konden we daar schoonmaken. SCHUFRT stond er met grote letters op. Zegt één van die moffen: "Jullie hebben geluk gehad, eerst hebben we hier Joden gehad. Die moesten de zaak schoonlikken" Of je dat opschrijft moet je maar zien. Je haalt er misschien oude wonden mee open. Ik weet het niet...

Ik ben er uitgekomen dankzij een Duitser die in Elburg was gelegerd. Een zekere Rhman. Die man was gewoon goed. Die wist dat wij dingen deden die niet konden. Hij heeft het nooit gezegd. Zoiets voel je gewoon. Onze wasserij moest - mocht dat nodig zijn - werken voor de Duitsers. Sicher gestellt heette dat. En na onze arrestatie was er geen leiding meer in het bedrijf. Met dat smoesje heeft Rhman me vrij gekregen. Met de trein naar Zwolle en met de fiets naar Elburg.

Het Kamp in Ommen draagt de naam: Erika. Het was tussen
1941 en 1945 een gevangenkamp. Tegenwoordig staat er een
monument te herinnering. 
Ik denk dat ik toen absoluut een record op die afstand heb neergezet. M'n broer hebben ze gewoon vrij gelaten. Die had altijd al een vrij zwakke gezondheid. Daar konden ze niets mee. M'n vader en Han Rambonnet zijn naar kamp Amersfoort gebracht. Han hebben we vrij kunnen kopen met sigaretten en jenever. Die waren voor Kotella. M'n vader is vrij gekomen op Dolle Dinsdag (5 september 1944 FvG) De eerste tijd na de vrijlating heb ik me aardig rustig gehouden. Gewoon omdat ik bang was. Ik was een week thuis, stopt er een auto aan de voordeur. Ik meteen door het keukenraam de tuin in. Over de heggen van de volgende tuinen. Wegwezen. Zegt m'n moeder: "Waar was je nou? 't Bleek de directrice van een kindertehuis in Nunspeet te zijn. Waar wij voor wasten. Die kwam vragen of we het wel redden nu m'n vader weg was...

Dolle Dinsdag
Na Dolle Dinsdag stortte Van Leeuwen zich weer volop in het verzetswerk. Toen zijn we van alles gaan doen: spoorwegensabotage, droppings, Engelse piloten helpen. En weer mensen wegbrengen. Bij de Feithenhof was een magazijn van de familie Schreurs. Die deden in kruidenierswaren. En daar zaten Joden op zolder. Die moesten daar weg en die ging ik halen met de auto. Een beetje draaien. Nog een beetje draaien. Op een gegeven moment begint de claxon te loeien om niet meer op te houden. De hele Vischmarkt was binnen een minuut leeg. Ze kwamen allemaal kijken. Dat was even heel spannend.

De Prinses Margriet Kazerne is in 1940 ontworpen en
gebouwd door de Duitse bezetter, het droeg toen de naam
Lager Wezep. Het ons niet duidelijk over welke kazerne de
heer van Leeuwen het precies heeft. Mogelijk bovenstaande.
Edit: Het gaat om de Legerplaats bij Oldebroek.
We hebben in Duitse uniformen stempels opgehaald. In Wezep. In de Kazerne. Het leek heel wat, maar we bibberden van angst. Piloten wegbrengen naar Vierhouten. Met de jongens van Scholten, die zorgde voor het vervoer. Met paard en wagen kwamen de Duitsers langs. Op nog geen vijftig meter. Ik weet het nog goed. Eibert Scholten, dat was een beste kerel. Die was ijskoud. Nergens bang voor. Trouwens z'n vader en moeder dat waren ook pracht-mensen.

"Ach" zegt Van Leeuwen. "Ik kan je nog veel meer vertellen. D'r is zo veel gebeurd. En die verhalen zijn al zo vaak verteld. Misschien is het belangrijker om naar de toekomst te kijken. Herdenken is goed. D'r zijn grote offers gebracht... We kunnen er niet omheen... Moet ook niet. Het gaat er om dat mensen begrip hebben voor elkaar. Dat ze een ander ook eens belangrijk vinden in plaats van alleen aan zichzelf te denken. Mag ik het eens mooi zeggen... De Vredes-zon zou niet in het Westen onder moeten gaan maar in het Oosten op moeten komen. Maar ja, je blijft altijd dictators houden. Van die machtswellustelingen. Hitler was er één. En je ziet het nu weer met die Saddam. Die trekken zich van niets en niemand wat aan.



Bronlink: http://www.streekarchivariaat.nl/nl/index.html
Krantenartikel: https://drive.google.com/file/d/0By27oSjGoU2GMnctRkJfaEhWMms/view?usp=sharing