Westwall


De Westwall was een circa 630 kilometer lange verdedigingslinie die liep vanaf het Duitse plaats Kleve tot aan de Zwitserse grens bij Bazel. De Bouw van de Westwall is in 1936 gestart en was voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog redelijk voltooid met circa 18.000 bunkers, tankversperringen en loopgraven. Aan het einde van de oorlog werd er weer nieuw leven in de Westwall gepompt toen de geallieerde dreigde de linie te doorbreken. De eerste bouwfase van de Westwall was het Pionier-Bauprogramm wat tussen maart 1936 en mei 1938 werd aangelegd. De tweede bouwfase van de Westwall vond plaats tussen mei en oktober van het jaar 1938 en was het Limes-Bauprogramm. In deze perioden zijn er ruim 1800 mitrailleurbunkers gebouwd en ongeveer 10.000 manschappenverblijven. De laatste grote bouwfase van de Westwall vond plaats tussen oktober 1938 en december 1939 en was het Aachen-Saar Bauprogramm wat er voor zorgde dat ook Aken en Saarbrücken vielen onder de bescherming van de Westwall. Tussen januari en juni 1940 werden er nog enkele gebieden bij Westwall getrokken en dit waren de Geldern-Stellung langs de Nederlandse grens, de Orscholz-Riegel tussen de Saar en Moezel, en de Spichern-Stellung tussen Saarbrücken en Forbach.

Het Pionier-Bauprogramm
Op 7 maart 1936 schond Duitsland het Verdrag van Versaillles door met een grote troepenmacht het Rijnland in te trekken. Kort daarna werden de eerste plannen gesmeed voor de bouw van verdedigingswerken langs het 350 kilometer lange grensgebied met Frankrijk. De eerste verdedigingswerken werden gebouwd bij de rivierovergangen van de Saar en vanaf april 1936 begon men met de aanleg van verdedigingswerken in het gebied tussen Rijn en de Moezel welke werden aangelegd door de Grenzwachten, een kleine organisatie binnen het Duitse regime. In het Pionier-Bauprogramm zijn hoofdzakelijk dunwandige en vaak kleine bunkers met 3 schietgaten gebouwd die enkel bescherming boden tegen granaatscherven. De meeste van deze bunkers hadden slechts een muurdikte van 30 cm en ook was er geen ruimte waar de bemanning van de bunker kon slapen. Men concludeerde dan ook al snel na het gereedkomen van het Pionier-Bauprogramm dat de verdedigingswerken onvoldoende bescherming zouden bieden waarna men vanaf mei 1938 is begonnen met de aanleg van het Limes-Bauprogramm. In een van de best bewaarde bunkers uit het Pionier-Bauprogramm zit tegenwoordig een museum gevestigd onder de naam Westwallmuseum Konz. Tegenwoordig zijn er langs de hele linie in kleine schaal nog bunkers uit deze perioden terug te vinden waaronder het veelvuldig gebouwde Regelbautype D2. Zoals te zien in op de onderstaande 2 foto's.

Grenzwacht bunker - Regelbau D2

Limes-Bauprogramm
De tweede en eigenlijk de eerste grote bouwfase van de Westwall vond plaats vanaf 28 mei 1938. De bedoeling was om voor 1 oktober 1938 ruim 11.800 bunkers te bouwen langs het Duitse grensgebied vanaf de Zwitserse grens tot aan de Duitse gemeente Bruggen nabij Venlo in Nederland. Deze bunkers waren ook een stuk groter en zwaarder als de bunkers in het Pionier-Programm en waren uitgevoerd met wand en dak diktes van 1,5 meter. De meest gebouwde bunker uit deze perioden was de Regelbau 10 waarvan er tijdens het Limes-Bauprogramm 3471 zijn gebouwd. Dit type bunker was een groepsschuilplaats voor 15 soldaten en had een los aangebouwde gevechtsruimte voor een machinegeweer. De bunkers konden ook geheel gasdicht worden afgesloten en ze waren tevens aangesloten op het vestingtelefonienetwerk waardoor de manschappen uit verschillende bunkers met elkaar konden communiceren. Van de 11.800 bunkers die in 4 maanden tijd gebouwd moesten worden waren er aan het einde van 1938 pas 1000 geheel voltooid en van 8000 andere bunkers was alleen het beton gestort. Aan het Limes-Bauprogramm werkte zo'n 250.000 arbeiders verspreid over circa 1000 aannemers en ongeveer 58.500 eenheden van de Reichsarbeitsdiens die allen onder leiding stonden van de Organisation Todt (O.T)

In 1939 werd het Limes-Programm uitgebreid met de tankversperringen die vandaag de dag de meest zichtbare sporen vormen van de Westwall. Deze Höckerlinien (Drakentand-versperring) bestonden uit 4 rijen drakentanden van circa 1 meter hoog en hadden een breedte van 7 meter. Niet veel later werd dit uitgebreid tot circa 13,5 meter met een hoogte van 1,5 meter waarna er van de versperringen werd geacht alle pantservoertuigen te kunnen tegenhouden. Deze versperringen kom je nog overal langs de Westwall tegen in tegenstelling tot de Limes-Regelbauten. Deze zijn na de oorlog bijna allemaal door de geallieerde opgeblazen uit vrees dat ze nogmaals van betekenis zouden zijn in toekomstige oorlogen. Wel zijn er enkele bunkers bewaard gebleven zoals op onderstaande 4 foto's van het Hürtgenwald valt te zien.

Enkele Reglbauten uit het Limes-Bauprogramm
Regelbau 10
Regelbau 11
Regelbau 23
Waterbunker

Aachen-Saar Bauprogramm
Op 9 oktober 1938 kondigde Hitler aan dat de Westwall nog verder uitgebreid zou worden. In de eerdere bouwfases waren Aken en Saarbrücken beide belangrijke industriële gebieden buiten de defensieve linie gelaten en hier moest verandering in komen. Op 12 oktober 1938 werd er daarom begonnen aan een nieuw stuk verdedigingslinie die om Aken heen zou lopen. Dit stuk linie begon bij  Herzogenrath ter hoogte van de Nederlandse grens bij Kerkrade liep vervolgens voor Aken langs en sloot bij Steckendorn weer aan op bestaande Westwall. In dit nieuwe stuk linie zijn naar schatting rond 750 bunkers gebouwd en vele kilometers aan tankversperringen.

Enkele bunkers uit het Aachen-Saar Bauprogramm bij Aken
Regelbau 6a (SK) 
Regelbau 105 (SK)

Het nieuwe stuk linie bij Saarbrücken begon aan ter hoogte van de bestaande Westwall bij  Dillingen/Saar en volgde vanaf daar de rivier de Saar om vervolgens voor Saarbrücken langs te lopen om bij Niederwürzbach weer aan te sluiten op de reeds bestaande Westwall. Voor het Aachen-Saar Bauprogramm werd ook weer een hele serie nieuwe Regelbauten ontworpen omdat de praktijk had uitgewezen dat de grote hoeveelheid Regelbauten uit het Limes-Bauprogramm voor te veel verwarring, en tevens voor te hoge productiekosten zorgde. Een andere belangrijke verbetering in de nieuwe types bunkers waren dat deze allemaal waren uitgevoerd in 2 meter dikke muren of nog dikker. En daarmee beschermd waren tegen vrijwel alle toen bestaande bommen en granaten. Ook werden er geen mitrailleurbunkers meer gebouwd die frontaal vuur uitbrachten maar indien mogelijk allemaal flankerend te werk gingen. Moest de bunker door de ligging toch frontaal vuur uit brengen werd deze voorzien van een 20 cm dik pantserschild om het schietgat heen. Nog een probleem die in deze nieuwe serie was opgelost is dat alle bunkers ook waren voorzien van een eigen munitieruimte en dat het manschappenverblijf in directe verbinding stond met de gevechtsruimte, iets wat bij de Limes-Regelbauten niet het geval was

Enkele bunkers uit het Aachen-Saar Bauprogramm bij Dillingen/Saar
Regelbau 107b
Regelbau 114 (SK)
Regelbau 114 (SK) - Pantserkoepel 20P7
Regelbau 115 - Pantserkoepel 20P7
Foto's : Ron Arad ©

Geldern-Stellung
In 1939 en 1940 werd het laatste gedeelte van de Westwall aangelegd langs de grens met Nederland. De Linie sloot bij Brüggen aan op het al bestaande gedeelte van de Westwall en liep vlak achter de Nederlands grens richting Kleve waar het aansloot op de Nerderrijn. De rede dat Duitsland dit gedeelte in de Oorlog liet aanleggen was omdat ze bang waren dat geallieerde troepen zouden proberen via ons land Duitsland in te trekken. Hoewel dit gedeelte niet zo zwaar is uitgebouwd als grote delen van de rest van de Westwall werden hier wel enkele bunkers gebouwd van het type Regelbau 102v en de Regelbau 107. In 1944 en 1945 werd er evenwijdig aan de Geldern-Stellung nog een verdedigingslinie aangelegd die we kenen als de Maas-Rur-Stellung. Van de beide linies zijn nog diverse restanten van bewaard gebleven.

Bunker van de Geldern-Stellung nabij Kleve - Foto (CC BY-SA 3.0) wikipedia.org

Luftverteidigungszone West

Naast de Westwall zelf werd er vanaf 1939 ook gewerkt aan de zogenoemde Luftschutzzone West. Dit was een circa 250 kilometer lang gebied wat zich 40 kilometer achter de Westwall bevond en was uitgebouwd met ongeveer 60 lichte en zware Flak-batterijen. Het gebied begon achter Aken en liep ongeveer tot aan Karlsruhe. De Flak-batterijen die zijn gebouwd hadden als voornaamste taak om het luchtruim boven het Moezel en Rijngebied te kunnen verdedigen tegen vijandelijke luchtaanvallen uit het zuiden.

LVZ-West-Geschützbettung in Feckenhausen - Foto (CC BY-SA 3.0) wikipedia.org

Orscholz-Riegel
De Orscholz-Riegel of Orscholz Switch was een zijtak van de Westwall welke zicht in een driehoek bevond tussen de Saar en de Moezel. De linie begon ter hoogte van Trier en liep via daar langs de Moezel naar Nennig. Vanaf Nennig liep de linie over het land verder richting Orscholz. Feitelijk zorgde de Orscholz Riegel voor een aanvullende versterkte lijn tussen het neutrale Luxemburg en de Westwall. De linie is aangelegd tussen 1939 en 1940 en bestond uit 75 bunkers en een tankversperring van circa 10 kilometer in de vorm van een Höckerlinie.

Opgeblazen bunker van de Orscholz Riegel
Höckerlinie in de Orscholz Riegel
Foto's: (CC BY-NC 3.0) Spuren-der-kriege.de

Spichern-Stellung
Dit gedeelte van de Westwall is gebouwd tussen januari en juni 1940 en bevond zich voor het grootste deel op Frans grondgebied. De Duitsers hebben hier extra verdedigingswerken gebouwd nadat het Franse leger zich had terug getrokken achter de Maginotlinie. Rede tot de bouw van extra verdedigingswerken op dit punt in de Westwall was ter bescherming van de industriegebieden rond Saarbrücken. Bijzonder aan dit gedeelte van de Westwall is dat het na de oorlog nooit is gesloopt, zoals dit wel is gebeurt met de rest van de Westwall. Hierdoor is tegenwoordig nog veel dat dit stuk linie aanwezig en schept het goed beeld van de Duitse verdedigingstechniek uit het einde van de jaren 30.

Spichern-Stellung bunker Regelbau 505 "Wotan" 
Spichern-Stellung bunker 
Foto's: (CC BY-NC 3.0) Panoramio.com

Ettlinger Riegel
Dit stuk van de linie was een zijtak van de Westwall welke tussen 1936 en 1937 is aangelegd. Het geheel was circa 10 kilometer lang en zorgde er voor dat het Rijndal bij Karlsruhe werd geblokkeerd. Het stuk linie begon bij de Rijn ter hoogte van Rheinstetten en liep vervolgens voor Karlsruhe langs en stopte weer bij Malsch aan de noordelijke rand van het Zwarte Woud. In de linie zijn diverse bunker gebouwd evenals tankvespervieringen en tankgrachten. Na de oorlog is vrijwel alles opgeblazen maar restanten van het stuk linie zijn nog altijd aanwezig.

Bunker Nr. 26 van Ettlinger Riegel - Foto (CC BY-SA 3.0) wikipedia.org

Wetterau-Main-Tauber-Stellung en Neckar-Enz-Stellung
Dit waren twee verdedigingslinies die veel verder Duitsland in lagen, en min of meer als voorlopers van de Westwall gezien kunnen worden. De rede dat voor deze locatie was gekozen is te wijten aan het Verdrag van Versailles die Duitsland verbood verdedigingswerken te bouwen tot 50 kilometer landinwaarts gerekend vanaf de grens bij de Rijn. De Wetterau-Main-Tauber-Stellung (WMTS) is aangelegd tussen 1936 en 1937 ten Oosten van Frankfurt. De linie was circa 60 kilometer lang en begon bij Büdingen en eindigde in het Beierse plaatsje Klingenberg. In de linie zijn 328 bunkers gebouwd die al snel na gereedkomen niet meer aan de eisen voldeden. De Neckar-Enz-Stellung is aangelegd tussen 1935 en 1938 en liep van Eberbach naar Besigheim langs de Neckar en van Besigheim naar Enzweihingen langs de Enz. Deze linie was ongeveer 86 kilometer lang en was uitgebouwd met 450 bunkers. Beide linies zijn na de oorlog grote deels opgeruimd en hebben in de Tweede Wereldoorlog nauwelijks tot geen rol gespeeld.

MG-Schartenstand van de Neckar-Enz-Stellung - Foto (CC BY-SA 3.0) wikipedia.org

Kaart van de Westwall met daarop aangegeven de verschillende linies.


Tankversperringen
Kenmerkend voor de hedendaagse Westwall zijn de lange rijen drakentanden die overal in het landschap te vinden zijn. Deze Höckerlinien zijn over het algemeen in 2 groepen te verdelen waarvan de eerste groep dateert uit 1938. Deze Höckerlinien bestaan uit 4 rijen drakentanden en hebben een gemeenschappelijke breedte van 7 meter. De tweede groep Höckerlinien bestaan uit 5 rijen drakentanden die samen een breedte hebben van 13.45 meter en dateren uit 1939. Naast deze drakentandversperringen zijn er ook anti-tankmuren (Panzermauer) in de Westwall gebouwd. Deze hadden een hoogte van 3 meter en bestonden net als de drakentanden uit gewapend beton. Een derde versperring die met enige regelmaat in de Westwall was te vinden waren de metalen Hemmkurven. Dit waren grote metalen driehoeken die veelal werden geplaatst om straten en wegen af te sluiten. Van de Höckerlinien zijn nog vele kilometers terug te vinden. Deze werden meestal geplaatst op open vlaktes en werden geacht pantservoertuigen tegen te houden. De tankmuren zijn een stuk zeldzamer in de Westwall maar rond Aken zijn nog 2 stukken van een paar honderd meter terug te vinden. De Hemmkurven zijn vermoedelijk allemaal na de oorlog opgeruimd. Ook zijn er vele anti-tankgrachten gegraven waarvan er veel na de oorlog weer zijn dicht gegooid.

Höckerlinie uit 1939 met 5 rijen tanden
Höckerlinie over een riviertje bij Roetgen
Tankmuur 1 nabij Aken
Tankmuur 2 nabij Aken

Sloop van de Westwall
Hoewel de Westwall ooit het grootste bouwproject van de wereld was is hier tegenwoordig nog maar weinig van te zien. Al in de oorlog werden enkele delen van de verdedigingslinie opgeblazen nadat de linie was doorbroken. Men vreesde ervoor dat de Duitsers de bunkers weer zouden innemen om ze vervolgens weer in te zetten in de strijd. Hiervoor was een speciale tak van het geallieerde leger in het leven geroepen die de bunkers direct na de strijd opbliezen of vol stortte met zand. Na de oorlog kwam de vernietiging van de Westwall pas echt opgang toen het geallieerde opperbevel opdracht gaf alle verdedigingswerken op Duits grondgebied af te breken. Dit werd voor het grootste deel door het Franse leger uitgevoerd die eerst alle pantserkoepels en pantserdelen naar Frankrijk liet afvoeren om de bunkers vervolgens op te blazen met explosieven. Tegen het einde van 1946 betekende dit dat er ruim 4600 bunkers van de ooit 18.000 bunkers waren opgeruimd.

Restanten van een opgeblazen bunker
Restanten van een opgeblazen bunker

De sloop uit deze eerste fase ging door tot het moment dat de Bondsrepubliek Duitsland in 1949 werd opgericht. Vanaf dat moment werd de sloop van de Westwall door Duitsland zelf door gezet omdat veel van de bunkers en met name de vele kilometers lange tankversperringen in de weg lagen. Hierbij speelde natuurlijk ook de rol dat Duitsland de tastbare herinneringen aan de oorlog wilde uitwissen om met een schone lei weer aan de toekomst te kunnen bouwen. In de jaren 70 begon begon men langzaam aan in te zien dat de restanten van de Westwall een historisch belang diende en een onderdeel uit maakte van de Duitse geschiedenis. In 1979 werden daarom veel van de overgebleven bunkers als beschermd aangemerkt mede omdat rond de linie een uniek natuurgebied was ontstaan waar zeldzame planten en dieren hun toevlucht hadden gevonden. Vanaf de jaren 80 werden er steeds meer bunker opgeknapt om ze open te stellen voor publiek in de vorm van Westwall-Museums. Vanaf de eeuw wisseling begon Duitsland ook telkens meer in te dat de Westwall ook een toeristische functie kon vervullen gezien de vele mensen die sporen uit de Tweede Wereldoorlog bezoeken. Hierdoor worden er tegenwoordig steeds vaker informatieve bordjes bij de resterende bunkers geplaatst en verschijnen er steeds meer wandelroutes die de mensen de weg wijst langs de restanten van deze ooit machtige maar tegenwoordig bijna uitgewiste verdedigingslinie.



Hieronder treft u de foto reportages van de door ons bezochten Westwall bunkers.